Geloofsverklaring

    HET WOORD VAN GOD

    Wij geloven dat de Bijbel, zowel het Oude als het Nieuwe Testament, in zijn grondtekst volledig geïnspireerd is door de Heilige Geest en zonder fouten is. Het is het geopenbaarde Woord van God aan de mens (2 Timotheüs 3:15-17; 2 Petrus 1:21 ) en bevat een volledige openbaring van Gods wil voor de redding van de mensheid Wij beschouwen de Bijbel als betrouwbaar, als de enige hoogste autoriteit in alle zaken van geloof en gedrag. De Schrift is onze bron van openbaring van God, van de kennis van het heil, de oorsprong van alle dingen en hun uiteindelijke bestemming. Het is het laatste Hof van Beroep op alle punten van de leer, leven en godsvrucht. (Jes. 8:20, 2 Timotheüs 3:16, 17; 2 Petrus 1:20-21; Hebreeën 4:12; Joh. 12:47-48)



    DE PERSOON VAN GOD

    • God, de Vader is de Schepper van alle dingen en de auteur van het eeuwige verlossingsplan. (Gen. 14:19, Ps. 115:15, Heb. 1:10, Ef. 1:3-14, 1Pe. 1:20)



    • Jezus Christus, de Zoon, werd geopenbaard in het vlees als de enige Zoon van God. Hij was volledig God en volledig mens, en Schepper van alle dingen met de Vader. Hij is aangewezen als rechter over de mensen (Johannes 1:14, 18; Joh. 6:46, 14:9; Kolossenzen 1:13 - 20; Hand. 10:42; Handelingen 17:31; Hebreeën 1:1-4). Wij geloven in de godheid van onze Here Jezus Christus, in Zijn maagdelijke geboorte, verwekt door de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, in Zijn zondeloos leven, in Zijn wonderen, in Zijn plaatsvervangende en verzoenende dood door Zijn vergoten bloed voor onze zonden aan het kruis (Jesaja 7:14, Mattheüs 1:18, 23, Lucas 1:34, 35). Hij werd naar de Schriften begraven en op de derde dag lichamelijk opgewekt en verscheen aan Zijn discipelen (1 Korintiërs 15:1-8). Hij is opgevaren ten hemel en gezeten aan de rechterhand van de Vader (Lucas 22:69, Hand. 2:33-34, 7:55-56, Heb. 10:12), waar Hij Zijn Hogepriesterlijke taak uitoefent. Hij zal persoonlijk en fysiek in macht en heerlijkheid terugkomenvoor een glorieuze kerk, en oordeel brengen over de goddelozen (Mat. 25:31-32, Hand. 1:11, 1 Thessalonicenzen 4:16-18, Ef. 5:27). Wij geloven dat Jezus de enige Verlossende Naam is (Hand. 4:10-12). "En wat gij doet in woord of daad, doe alles in de naam van de Heer Jezus, dank geven aan God de Vader en door Hem" (Kolossenzen 3:17).



    • De Heilige Geest is de Trooster, de belofte van de Vader (Handelingen 1:4). Hij openbaart Christus en Zijn werk aan het Kruis (Joh. 15:26). Hij is onze Advokaat wanneer wij zondigen (1Joh. 2:1). Hij sterkt ons en geeft bovennatuurlijke kracht (Efeze 3:16, Hand. 1:8) en deelt de genadegaven uit aan de kerk (1 Korinthiërs 12:4-11, Hebreeën 2:4).



    SCHEPPING

    Volgens het boek Genesis geloven wij dat de drie-enige God het universum en de materie waaruit het gevormd is heeft geschapen. Hij is de Schepper van alle soorten naar hun aard, zonder dat deze via een evolutionair proces ontwikkeld zouden zijn uit een gemeenschappelijke voorouder. We geloven dat Hij het fundament van de aarde legde. De hemel, de hemel der hemelen en al wat daarin is, is het werk van Zijn handen, net zoals de aarde en al wat daarop is, de zee en al wat daarin is (Job 38:4; Ps. 19:1; Jes. 45:12; Psalm 102:26; Handelingen 14:15; Nehemia 9:6; Genesis 1-12).



    DE GEVALLEN NATUUR VAN DE MENS EN ZIJN NOOD AAN EEN VERLOSSER

    Wij geloven dat het menselijk ras oorspronkelijk door God geschapen is, naar Zijn beeld, goed en recht om over Zijn schepping te heersen (Genesis 1:27, 28). Echter, met de val van de mensheid is de zonde ingetreden, dat is de vrijwillige overtreding van de mens door ongehoorzaamheid en opstand (Genesis 3:6). De mens werd daardoor gescheiden van God en was niet in staat om zichzelf te redden (Romeinen 5:12). Alle mensen moeten de zonde de rug toekeren en persoonlijk vertrouwen stellen in de Heiland, de Heer Jezus Christus om verlossing te ontvangen door het vergoten bloed van Jezus Christus, de Zoon van God (Hand. 2:38, 20:21; Romeinen 3:23).



    REDDING VAN DE MENS ALLEEN DOOR GELOOF IN JEZUS CHRISTUS

    Wij geloven dat de macht van de zonde en de dood verbroken werd toen Jezus onze zonden droeg aan het Kruis en uit de dood opstond, wat de enige weg tot heil is voor onze hele persoon: geest, ziel en lichaam (Joh. 3:17; Heb. 2:9-10,21; Hebreeën 4:12; 1 Thessalonicenzen 5:23; Hand. 10:38; Hand. 4:10). De mens kan alleen gered worden door genade door zich te bekeren en te geloven in het volmaakte en volbrachte werk van Christus aan het Kruis (Rom. 3:28, Gal. 3:11, Ef. 2:8). We ontvangen vergeving van zonden door bekering tot God en door geloof in de Heer Jezus Christus, in Zijn plaatsvervangend offer voor ons, Zijn bloed vergoten – niet door onze werken (Hand. 20:21, Heb. 6:1, Jes. 64:6). Door geboren te worden uit water en Geest (Johannes 3:5), kunnen wij het Koninkrijk Gods binnengaan en zijn we behouden – door genade, door geloof, niet uit zichzelf, maar door de gave van God (Efeziërs 2:8, Lucas 24:47, Romeinen 10:13-15; ).



    DE KRACHT VAN DE AANWEZIGHEID VAN CHRISTUS

    Wij geloven dat de aanwezigheid, vrede en kracht van de Heer Jezus op verschillende manieren zichtbaar is in Zijn lichaam, de kerk – maar geen van deze zijn echter een middel tot redding. Wij beschouwen het avondmaal als een manier om gemeenschap te hebben met het geestelijke lichaam van Christus en als een manier om deel te hebben aan al de voordelen [– zowel geestelijk als fysiek –] nagelaten aan gelovigen in het nieuwe verbond (1 Korintiërs 11:23-29). Wij beschouwen de waterdoop door onderdompeling als een noodzakelijk antwoord in gehoorzaamheid op het bevel van de Heer (Handelingen 2:38; Mar. 16:16; 1Pe. 3:21; Mattheüs 28:19) en als de openlijke uiting van onze dood, begrafenis en opstanding met Christus (Rom. 6; Rom. 8:10; 1Pe. 2:24). De waterdoop vervolledigt onze rechtvaardigheid en brengt ons in de eenheid van het lichaam van Christus (Mat. 3:16, Gal. 3:27). Wij beschouwen de doop met de Heilige Geest en met vuur als een geldige en belangrijke ervaring voor gelovigen vandaag. Alle gelovigen worden beschouwd naar deze doop te zoeken en haar te verwachten volgens het bevel van onze Heer Jezus Christus. De Heilige Geest werd uitgestort op Pinksterdag en is voor alle gelovigen vandaag de dag aanwezig. De bovennatuurlijke bevestiging van de doop in de Geest – het vervuld worden met Hem, indrinken, ontvangen (Hand. 2:4, 1Co. 12:13, Hand. 2:38, 8:15) – vaakvolgt na de nieuwe geboorte en heeft zichtbare en hoorbare gevolgen (Hand. 2:33), zoals het spreken in andere talen (Handelingen 2:1-4, 10:44-46, 19:1-6). De Heilige Geest geeft ons bovennatuurlijke kracht, tot getuigenis (Luc. 24:49, Handelingen 1:8, 4:33), dagelijkse leiding (Rom. 8:14), bekrachtigt ons gebed (Rom. 8:26-27, Ef. 6:18, 1Th. 5:17-19), stort Gods liefde uit in onze harten (Romeinen 5:5, 14:17), geeft ons genadegaven (1 Korintiërs 12:5-11) en vrucht van de Geest (Galaten 5:22,), overvloeiende volheid van de Geest (Johannes 7:37-39, Handelingen 4:8), een diepe eerbied en ontzag voor God (Handelingen 2:43), kennis van alle dingen van God (Joh. 16:13, 14:26, 16:13; 1Co. 2:12-13; 1Joh. 2:27), is onze toegangspoort tot de bovennatuurlijke wereld (Heb. 6:4-5, Ef. 1:13-14), en ontsteekt een meer actieve liefde voor de verlorenen, voor het Woord van God en voor Jezus en de Vader zelf (Fil. 2:1-2, Col. 1:8, Luc. 19:10, Joh. 14:23, 1Joh. 2:4-5, Rom. 8:15, Gal. 4:6, Ef. 1:20-23).



    DE WERELDWIJDE KERK

    Wij geloven dat de Kerk het Lichaam van Christus is (1 Korintiërs 12:12-14; Efeziërs 1:22-23), Zijn Bruid (Efeziërs 5:25) en dat wij een Tempel van de Heilige Geest zijn (1 Korintiërs 3:16, 6:19). De kerk is de vertegenwoordiging van de huidige regering en heerschappij van Christus' Koninkrijk van God op aarde. Christenen zijn leden van het gehele lichaam door het geloof, ze zijn een heilig priesterschap van gelovigen (1Pe. 2:5,9). De toewijding aan Christus moet zichtbaar zijn in het leven van gelovigen in liefde, eenheid en gemeenschap met andere leden uit allereerst de plaatselijke, maar ook de wereldwijde kerk - dit is de praktische kant van het christelijk geloof in actie. Christus rust Zijn Kerk toe met eenheid in geloof en in de Geest, en met een vijfvoudige bediening van apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren om de heiligen te vervolmaken, het lichaam op te bouwen en de werken, die Zijn glorie openbaren te doen (Ef. 4), om de grote opdracht uit te voeren, de blijde boodschap aan de hele wereld te verkondigen en discipelen te vormen (Handelingen 1:8; Markus 16:15, 16; Mat. 28:19-20).



    GODDELIJKE GENEZING

    “En terwijl je gaat, predik dan, en zeg: Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Geneest de zieken, reinig de melaatsen, wek de doden op, drijf demonen uit. Om niet hebt gij ontvangen, geef het om niet.” (Mattheüs 10:7, 8). Wij geloven dat goddelijke genezing vervat zit in het verzoenende werk van Christus aan het kruis (Joh. 10:10, 1 Petrus 2:24, Rom. 8:11,26) en een groot geschenk van heil is, een voorrecht voor alle gelovigen (Jesaja 53:4,5, 58:11; Mattheüs 8:16,17; Jakobus 5:14-16) . Goddelijke genezing is een integraal onderdeel van het evangelie. Genezing, door Gods genade, door handoplegging en zalving met olie en door eenvoudig geloof alleen, brengt genezing voor de hele persoon (emotioneel, mentaal, fysiek) en bevrijding van onderdrukking door de duivel (Handelingen 10:38; Markus 16:17-18; Jakobus 5:14-16). Het evangelie is niet alleen woord, maar ook kracht en "deze tekenen zullen de gelovigen volgen."



    DE HANDOPLEGGING

    Wij geloven dat het opleggen van handen, zoals het in de Bijbel wordt gedaan, een werk van de bediening van de Heilige Geest is om zieken te genezen (Mar. 16:18), de doop in de Heilige Geest te ontvangen (Hand. 8:14-20, 9:17, 19:1-6), geestelijke gaven aan te wakkeren (1 Timotheüs 4:14, 2Ti. 1:6), kinderen toe te wijden aan de Heer en van het uitzenden van dienaars, diakenen en oudsten (Handelingen 13:1-4, 14:21-23, 6:1-6).



    EEN OVERVLOEDIG LEVEN IN CHRISTUS

    Wij geloven dat alle christenen geroepen zijn tot een leven dat afgescheiden is (heilig, apart gezet) van elke zondige praktijk (Efeziërs 4:11-16, 2Ti. 2:19). Christenen moeten elke mogelijkheid aangrijpen om gerechtigheid en godsvrucht te bevorderen (Jakobus 4:4; Romeinen 12:1-2, 13:1-10, 2 Korintiërs 6:14-18; 1 Johannes 2:15-17). Reiniging is het proces waardoor Christus in elke gelovige gevormd wordt, het verandert ons naar Zijn beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, met als doel heiligheid (Ef. 5:25-27, 2 Korintiërs 3:18, Rom. 8:29).



    EVANGELISATIE

    Wij geloven dat het de taak en het voorrecht is van elke christen is om het Evangelie te verspreiden naar de verloren wereld door alle volken tot Zijn discipelen te maken en hen te dopen in de naam des Vaders, des Zoons en des Heilige Geestes, hen te leren onderhouden al wat Hij ons bevolen heeft (Matteüs 28:19) en te leven naar de instructies van de Bijbel. Deze levensstijl van evangelisatie wordt bereikt door gebed, door actief geloof, door prediking van het Woord en door offers te geven (Handelingen 1:8; Lucas 10:2, Mattheüs 10:7, 8; 1 Korinthiërs 9:19-23).



    TWEEDE KOMST VAN CHRISTUS

    Wij geloven dat de hemelvaart en de verhoging van de Heer Jezus Christus aan de rechterhand van de Vader Zijn huidige regering en heerschappij over het hele universum inluidt (Mat. 28:18, Ef. 1:20-22). Zijn Koninkrijk wordt hier op aarde geopenbaard door Zijn lichaam, de Kerk. Hij vormt voor zichzelf een prachtige kerk en verzamelt een wereldwijde oogst aan het einde van dit tijdperk. Dan zal Hij eindelijk worden onthuld door zijn persoonlijke, lichamelijke, en spoedige terugkomst en zullen de gebeurtenissen beschreven in de volgende geschriften, inclusief de opstanding van de doden (de rechtvaardigen tot het eeuwig leven en de onrechtvaardigen tot een eeuwige scheiding van God) plaatsvinden (Mat. 24:29-31, 25:31:46; Handelingen 1:11; 1 Thessalonicenzen 4:16-17; 1Co. 15:22-28,50-58; 2 Tessalonicenzen 1:7-10, 2:8; Titus 2:12-4; Rom. 11:26-27; Jes. 24:23; Zach. 14:9).



    VERDERE OPENBARING

    Wij erkennen dat God Zijn kerk voortdurend terug naar het Licht van de Waarheid brengt door Zijn Heilige Geest. Daarom stellen wij geen grenzen aan verdere openbaring - maar elke openbaring moet wel gemotiveerd en gevalideerd worden volgens de Schriften, het Oude en Nieuwe Testament van de Bijbel, waarvan wij uitgaan dat deze het Woord van God is, volledig geïnspireerd en [in zijn grondtekst] zonder fouten, de hoogste autoriteit in alle zaken van geloof en gedrag op basis van 2 Timotheüs 3:16-17, 2 Petrus 1:21 en Hebreeën 4:12.